Kaasfondue

Het is een redelijk goed bewaard geheim: ik ben aan het afvallen. Niet als nieuwjaarsgril. Dat deed ik drie jaar geleden al eens met het stoppen met roken. Wat ik overigens tot op de dag van vandaag heb volgehouden. Maar als schrikreactie op een medische keuring waarin ik sluipend in 4 jaar van 88 naar bijna 94 kilo bleek te zijn gegroeid. Als kersvers zweefvlieger kan dat natuurlijk niet. Dat scheelt ‘hangtijd’. Afvallen dus. Bestendig. Geen modieus en tijdelijk gepruts met dieeten, maar gewoon de natuurwet ‘minder eten, meer bewegen’ toepassen. Zo  gezegd zo gedaan. Ik sport nu bijna om de dag. En let op wat ik eet. Geen snoeperijen tussendoor. Geen tweede taartpunt bij tractaties. Geen overladen lunches. Gewoon normaal eten. En sporten. Resultaat na twee maanden: 9 kilo er af. Een stuk fitter. Meer energie.

Dan moet een kaasfondue dus gewoon kunnen. Wie teveel nadenkt eet dit natuurlijk niet. Het is ook geen wonder dat de kaasfondue uit Zwitserland komt. Door die bergen daar, doe je al lopende altijd al aan een gezonde workout. In ons platte land is deze ‘vetbom’ iets waar je heel voorzichtig mee om moet gaan. Maar als je dan kaasfondue maakt, dan wel graag zo als het hoort. Zie hieronder!

4 personen
20 minuten bereiden

Ingrediënten
1 teentje knoflook, gehalveerd
300 ml droge witte wijn
200 g Gruyère, grof geraspt
200 g Emmental, grof geraspt
200 g Vacherin (zoals Vacherin à fondue, maar geen Vacherin Mont d’Or; gebruik je geen Vacherin, neem dan 300 g Emmental en Gruyère)
50 ml Kirsch
2 eetlepels maïzena (naar keuze, het bindt de saus beter)
versgemalen nootmuskaat
ciabatta, in hapklare stukken
1 ei (naar smaak)

Bereiden
Wrijf de fonduepan in met de knoflook. Voeg de wijn toe en zet de pan op een laag vuur op het fornuis. Breng de wijn tegen de kook aan.
Voeg stukje bij beetje en al roerend de kaas toe. Laat die smelten en voeg dan de Kirsch toe (als je maïzena gebruikt, roer je die eerst door de Kirsch). De fondue moet een romige consistentie hebben. Maal er wat nootmuskaat en zwarte peper over.
Zet de fonduepan midden op tafel op een rechaud zodat de kaas een beetje blijft borrelen. De gasten prikken een stukje brood aan hun vork en dopen dat in de fondue.
Breek er aan het eind van de maaltijd, als er nog een heel klein beetje kaas op de bodem van de pan ligt, een ei over. Roer het ei en de kaas door elkaar voor de finale. De laatste stap is naar keuze, maar de moeite van het proberen waard.

Recept bron: Okoko recepten.

Gegratineerde aubergine met mozzarella en basilicum

Mocht je in een ‘hapjesbui’ zijn, dan is dit een prima recept. Ik weet niet of dit voor een formeel lid van de tapas-familie mag doorgaan, maar het gerecht zou niet misstaan op een tafel die naast de eetborden bezaaid is met schaaltjes, bakjes, borden, troggen en planken vol heerlijkheden. Gewoon eens uitproberen. Bevalt het? Dan vaker maken en borrelgasten verrassen met een bordje gegratineerde aubergines. Weer eens wat anders dan die eeuwige bitterbal.

4 personen
5 minuten voorbereiden
30 minuten bereiden
15 minuten wachten

Ingrediënten
5 aubergines
5 eetlepels bloem
plantaardige olie om te bakken
50 g boter
200 g mozzarella, in heel dunne schijfjes
80 g basilicumblaadjes
100 g Parmezaanse kaas, geraspt

Voorbereiden
Was de aubergines zorgvuldig. Snijd ze in de lengte in plakken van ca. 1 cm dik. Leg ze op een bord, bestrooi met zout en laat 15 minuten uitlekken.

Bereiden
Dep de aubergines droog, wentel ze door de bloem en bak ze enkele minuten in voldoende plantaardige olie. Neem de aubergines uit de pan met een schuimspaan en laat uitlekken op keukenpapier.

Verwarm de oven voor op 180 °C.

Beboter een ovenschaal en verdeel de aubergineplakken over de bodem. Leg daarop mozzarellaschijfjes en basilicumblaadjes. Werk zo verder in laagjes tot alles is opgebruikt. Bestrooi alles met flink wat Parmezaan en leg er een klontje boter op.
Zet de ovenschaal in een grotere braadslee met water en zet 15 minuten in de voorverwarmde oven. Dien warm op.

Recept bron: Okoko recepten.

Lasagne met gehakt en courgette

Lasagne… Typisch zo’n ovengerecht dat je klaarmaakt, in de over zet, tijdklok aan… En als dan eindelijk (bijna) iedereen thuis is van drukke schema’s: meteen aan tafel. Dan kan er gegeten worden. En goed ook. Bij ons blijft er ook altijd over. Voor die enkele laatkomer die toch nog wel wat lust. Of ander voor daags erna. Want hoewel elke lasagne (dus ook deze variant) er afgekoeld een stuk minder aantrekkelijk uitziet (het zakt wat lelijk in), gaat de smaak er wonderwel niet op achteruit.

De courgettes kunnen ook vervangen worden door plakken aubergine. Dan we even langer in de over. Want aubergines hebben de onhebbelijke gewoonte om langzamer te garen dan courgettes…

4 personen
60 minuten bereiden

Ingrediënten
olijfolie
4 courgettes (ca. 1 kg), in plakjes
2 klontjes boter
2 sjalotjes, gesnipperd
600 g rundergehakt
200 ml tomatenpuree
½ theelepel tijm
½ theelepel cayennepeper
klein bosje bladpeterselie, fijngehakt
9 voorgekookte lasagnevellen
150 g gruyère, geraspt

Bereiden
Verhit in een grote koekenpan met antiaanbaklaag een flinke scheut olijfolie. Voeg de courgette toe en breng op smaak met royaal peper en zout. Bak 12-13 minuten onder regelmatig omscheppen. Voeg tijdens het bakken eventueel nog wat extra olijfolie toe.

Verwarm de oven voor op 210 °C.

Laat een klontje boter smelten in een koekenpan. Voeg de sjalotjes toe en fruit ze 3 minuten. Voeg het rundergehakt toe en bak het 5 minuten mee; maak het gehakt met een vork rul.

Doe de tomatenpuree in de koekenpan en voeg de tijm en cayennepeper toe. Breng op smaak met peper en zout. Laat de saus in 8 minuten iets inkoken. Voeg aan het eind van de kooktijd de peterselie toe.

Doe de lasagnevellen in een grote pan kokend, gezouten water. Voeg 1 eetlepel olijfolie toe en kook de vellen ongeveer 5 minuten. Laat de lasagnevellen uitlekken en leg ze op een schone theedoek.

Beboter een grote gratineerschaal en maak laagjes van achtereenvolgens een paar lasagnevellen, vlees, plakjes courgette en een deel van de geraspte gruyère.

Herhaal deze volgorde en eindig met een laagje courgette.

Bestrooi de lasagne met de resterende gruyère en laat de lasagne in de oven in 25 tot 30 minuten gaar worden. Serveer direct.

Recept bron: Okoko recepten.

Biefstuk met rucola

Dit is een classic. In een mum van tijd klaar. En ongelooflijk lekker. Voor in het weekend bijvoorbeeld. Als er weer driftig gesport is (inmiddels 1,2 kilo verwijderd van streefgewicht! Ruim 9 kilo kwijt) en de eiwitten de spieren moeten aansterken. De hoeveelheid Parmezaanse kaas is in dit recept wat aan de royale kant. Kan ook met minder. Scheelt ook weer vetten.

2 personen
10 minuten bereiden

Ingrediënten
1 kogelbiefstuk van 250 g, zonder kerven of klappen
olijfolie
stukje Parmigiano Reggiano van 50 g of meer
rucola

Voorbereiden
Haal het vlees liefst 15 minuten voor het braden uit de koelkast en zout het vast.

Bereiden
Bak de biefstukken in een drupje olijfolie of gril ze; draai af en toe om. In totaal zou 6 à 7 minuten voldoende moeten zijn, want het vlees moet rood blijven van binnen. Schaaf ondertussen met de kaasschaaf krullen van de kaas. Haal het vlees uit de pan en laat het 5 minuten rusten op een plank, afgedekt met aluminiumfolie. Leg de rucola op de borden of op een schaal. Snijd de biefstuk in plakken, bestrooi met peper, leg het op de rucola en verdeel er de krullen kaas over. Begiet met een straaltje goede olijfolie.

Recept bron: Okoko recepten.

Appelmoes met creme fraiche en karamel

Na het schransen en slempen van afgelopen Kerst en Oud-en-Nieuw (Gelukkig 2012 lezers!), is het tijd voor bezinning. Vanavond eten we alleen appelmoes. Heel voedzaam en vergis je niet: voor deze Godenmoes, sta je toch nog wel bijna een uurtje in de keuken… Wat 2012 ons gaat brengen? Wie zal het zeggen… De Incas? Dacht het niet! Feit is dat de wereld nog wel even in transitie zal blijven. Spannend wordt het dus sowieso. Ik wens u het allerbeste! Smul ze ook dit jaar weer!

Appelmoes met crème fraîche en karamel van restaurant Moro

4 personen
25 minuten voorbereiden
10 minuten bereiden

Ingrediënten
1 kg appels (liefst een gelijke hoeveelheid moesappels zoals Goudrenetten en handappels zoals Granny Smith of Jonagold) of peren, geschild, zonder klokhuis en in stukken
350 g suiker
1 kaneelstokje van 4 cm
15 g boter
200 ml crème fraîche

Voorbereiden
Kook de appels of peren met 250 g suiker, het kaneelstokje en 500 ml water ca. 15 minuten tot het vruchtvlees uit elkaar valt. Afhankelijk van de soort en rijpheid kan dat wat langer duren en kun je wat meer suiker nodig hebben. Verwijder het kaneelstokje, roer de boter erdoor tot die is gesmolten en laat de moes afkoelen. Zet hem in de koelkast en roer eventuele klontjes klein.

Bereiden
Doe vlak voor het serveren 100 g suiker in een kleine braadpan en schenk 1 eetlepel water erover. Verwarm het op laag vuur tot de suiker is gesmolten, zet het vuur hoger en kook de suiker terwijl je de pan voorzichtig ronddraait – roer niet – tot je een goudbruine karamel hebt. Neem de pan dan onmiddellijk van het vuur (de karamel zal verder bruin worden) en stop het kookproces als de karamel te donker wordt door de pan in een laag koud water te zetten.

Schep de appelmoes in ondiepe schaaltjes, wrijf hem uit en leg er een dot crème fraîche op. Wacht tot de karamel de dikte van vloeibare honing heeft en laat hem dan over elke portie lopen. Gebruik daar een lepel voor die je hoog boven het schaaltje houdt en heen en weer beweegt, zodat er karameldraden worden gevormd op de crème fraîche en appelmoes. Laat die in een paar minuten hard worden en serveer.

Recept bron: Okoko recepten.